Dutch Bizz & Consulting

         

Voor Business Partners | |
Ontmoet andere ondernemers. Ook lid worden?

Welke voorwaarden gelden voor de aftrek van btw? PDF Afdrukken E-mail
dinsdag, 10 november 2009 21:30

U kunt de btw over uw kosten, inkopen en investeringen aftrekken als voorbelasting als u aan de volgende 2 voorwaarden voldoet:

  • U gebruikt de goederen en diensten (deels) zakelijk, dat wil zeggen voor uw bedrijf. De btw over goederen en diensten die u alleen privé gebruikt, is dus niet aftrekbaar.
  • U gebruikt de goederen en diensten voor het maken van omzet die belast is met btw. U kunt geen btw als voorbelasting aftrekken voor zover u kosten, inkopen of investeringen gebruikt voor leveringen van goederen en het verrichten van diensten die zijn vrijgesteld van btw.

Zie ook: Vrijstelling van btw

U gebruikt goederen en diensten zakelijk en privé

Het kan zijn dat u investeringsgoederen koopt die u niet alleen voor uw onderneming gebruikt, maar ook privé. Als u investeringsgoederen aanschaft die u zowel zakelijk als privé gebruikt, kunt u kiezen tot welk vermogen u de goederen rekent:

  • U rekent de goederen geheel tot uw privévermogen. U kunt dan geen omzetbelasting over de aanschaf aftrekken.
  • U rekent de goederen gedeeltelijk tot uw privévermogen en gedeeltelijk tot uw ondernemingsvermogen. Dan kunt u alleen de omzetbelasting aftrekken die aan u bij de aanschaf in rekening is gebracht en die betrekking heeft op het zakelijke deel.
  • U rekent de goederen geheel tot uw ondernemingsvermogen. U kunt dan alle omzetbelasting aftrekken die aan u bij de aanschaf in rekening is gebracht. Op de laatste aangifte van het jaar moet u dan de omzetbelasting over het privégebruik aangeven.

Als u diensten en niet-investeringsgoederen afneemt die u zowel zakelijk als privé gebruikt, mag u alleen de voorbelasting in aftrek brengen die is toe te rekenen aan het zakelijk gebruik.

U gebruikt goederen en diensten voor belaste omzet en voor vrijgestelde omzet

Als u zowel belaste als vrijgestelde bedrijfsactiviteiten hebt, kunt u alleen de omzetbelasting voor uw belaste bedrijfsactiviteiten aftrekken. De omzetbelasting voor vrijgestelde bedrijfsactiviteiten kunt u niet aftrekken. Als u zowel belaste als vrijgestelde bedrijfsactiviteiten hebt, dan moet u de omzetbelasting splitsen in een aftrekbaar en een niet-aftrekbaar deel. U splitst de omzetbelasting op basis van de verhouding tussen belaste en vrijgestelde omzet. Als u aannemelijk kunt maken dat het werkelijk gebruik anders is, kunt u de omzetbelasting ook splitsen op basis van het werkelijk gebruik voor belaste en vrijgestelde bedrijfsactiviteiten.

Voorbeeld

Een ondernemer verricht taxivervoer (belast met btw) en ambulancevervoer (vrijgesteld van btw). Ongeveer 80% van de omzet wordt behaald met taxivervoer en de resterende 20% met ambulancevervoer. De ondernemer krijgt de volgende facturen:

  • reparatie taxi: € 1.000 plus € 190 btw
  • aankoop brancard: € 2.000 plus € 380 btw
  • aankoop computer: € 3.000 plus € 570 btw

De ondernemer kan de btw op de reparatie van de taxi volledig aftrekken, omdat deze alleen voor belaste diensten wordt gebruikt. De btw op de aankoop van de brancard is niet aftrekbaar, want deze wordt uitsluitend voor vrijgestelde diensten gebruikt. De ondernemer gebruikt de computer voor het voeren van de bedrijfsadministratie. De btw hierop is aftrekbaar op basis van de omzetverhouding: de ondernemer kan dus 80% van € 570 = € 456 aftrekken.

In het voorbeeld is een deel van de voorbelasting gesplitst op basis van de verhouding tussen belaste en vrijgestelde omzet. Deze verhouding stelt u vast aan de hand van de gegevens over het aangiftetijdvak waarin u de voorbelasting aftrekt. Het kan zijn dat deze verhouding over het hele jaar genomen anders is en dat u te veel of te weinig voorbelasting hebt afgetrokken. U moet deze voorbelasting dan herzien en het verschil invullen op de laatste aangifte van het jaar.

Voor investeringsgoederen waarop wordt afgeschreven voor de inkomstenbelasting, is de aftrek van voorbelasting nog niet definitief. Als de verhouding tussen belaste en vrijgestelde omzet in de volgende jaren wijzigt, moet u in die jaren de voorbelasting herzien. De periode waarin sprake kan zijn van herziening, verschilt voor roerende en voor onroerende investeringszaken. Voor roerende zaken geldt een herzieningsperiode van 4 jaar en voor onroerende zaken een herzieningsperiode van 9 jaar na het jaar van ingebruikneming.

Commentaar (0)
Schrijf commentaar
Your Contact Details:
Commentaar:
Security
Voer de anti-spam code in die in het plaatje staat.

"

Laatst aangepast op maandag, 08 maart 2010 12:01
 



Maak hier direct een afspraak met een adviseur bij u in de Regio

Ik wil een gratis advies of bel 070-7537222