![]() |
| Welke voorwaarden gelden voor de aftrek van btw? |
|
|
|
| dinsdag, 10 november 2009 21:30 |
|
U kunt de btw over uw kosten, inkopen en investeringen aftrekken als voorbelasting als u aan de volgende 2 voorwaarden voldoet:
Zie ook: Vrijstelling van btw U gebruikt goederen en diensten zakelijk en privé Het kan zijn dat u investeringsgoederen koopt die u niet alleen voor uw onderneming gebruikt, maar ook privé. Als u investeringsgoederen aanschaft die u zowel zakelijk als privé gebruikt, kunt u kiezen tot welk vermogen u de goederen rekent:
Als u diensten en niet-investeringsgoederen afneemt die u zowel zakelijk als privé gebruikt, mag u alleen de voorbelasting in aftrek brengen die is toe te rekenen aan het zakelijk gebruik. U gebruikt goederen en diensten voor belaste omzet en voor vrijgestelde omzetAls u zowel belaste als vrijgestelde bedrijfsactiviteiten hebt, kunt u alleen de omzetbelasting voor uw belaste bedrijfsactiviteiten aftrekken. De omzetbelasting voor vrijgestelde bedrijfsactiviteiten kunt u niet aftrekken. Als u zowel belaste als vrijgestelde bedrijfsactiviteiten hebt, dan moet u de omzetbelasting splitsen in een aftrekbaar en een niet-aftrekbaar deel. U splitst de omzetbelasting op basis van de verhouding tussen belaste en vrijgestelde omzet. Als u aannemelijk kunt maken dat het werkelijk gebruik anders is, kunt u de omzetbelasting ook splitsen op basis van het werkelijk gebruik voor belaste en vrijgestelde bedrijfsactiviteiten. Voorbeeld Een ondernemer verricht taxivervoer (belast met btw) en ambulancevervoer (vrijgesteld van btw). Ongeveer 80% van de omzet wordt behaald met taxivervoer en de resterende 20% met ambulancevervoer. De ondernemer krijgt de volgende facturen:
De ondernemer kan de btw op de reparatie van de taxi volledig aftrekken, omdat deze alleen voor belaste diensten wordt gebruikt. De btw op de aankoop van de brancard is niet aftrekbaar, want deze wordt uitsluitend voor vrijgestelde diensten gebruikt. De ondernemer gebruikt de computer voor het voeren van de bedrijfsadministratie. De btw hierop is aftrekbaar op basis van de omzetverhouding: de ondernemer kan dus 80% van € 570 = € 456 aftrekken. In het voorbeeld is een deel van de voorbelasting gesplitst op basis van de verhouding tussen belaste en vrijgestelde omzet. Deze verhouding stelt u vast aan de hand van de gegevens over het aangiftetijdvak waarin u de voorbelasting aftrekt. Het kan zijn dat deze verhouding over het hele jaar genomen anders is en dat u te veel of te weinig voorbelasting hebt afgetrokken. U moet deze voorbelasting dan herzien en het verschil invullen op de laatste aangifte van het jaar. Voor investeringsgoederen waarop wordt afgeschreven voor de inkomstenbelasting, is de aftrek van voorbelasting nog niet definitief. Als de verhouding tussen belaste en vrijgestelde omzet in de volgende jaren wijzigt, moet u in die jaren de voorbelasting herzien. De periode waarin sprake kan zijn van herziening, verschilt voor roerende en voor onroerende investeringszaken. Voor roerende zaken geldt een herzieningsperiode van 4 jaar en voor onroerende zaken een herzieningsperiode van 9 jaar na het jaar van ingebruikneming. |
| Laatst aangepast op maandag, 08 maart 2010 12:01 |
Ik wil een gratis advies gesprek of bel 070-7537222